Pelgrim op Jezus-Nikes

el camino Francés

el camino Francés

Voettocht naar Santiago de Compostela

Over de Camino Francés deel 3

Hans de Louter

Villafranca del Bierzo

De tocht van Manjarín naar beneden kende fraaie uitzichten, voor zover de dichte ochtendmist mijn visie niet beperkte. Met mijn hoofd nog hoog in de wolken liep ik, denk ik, door een weldadig groene omgeving. De zon heeft zich in de heuvelen weinig aan mij getoond, zodat het wandelen door de aangename temperatuur niet werd gehinderd.
Zo zat ik even een pauze te houden toen ik werd ingesloten door een langzaam voorbij glijdende schaapskudde. Deze structuur werd doorkruist door 2 monniken, in vol ornaat gestoken, die zich een weg baanden door de vrolijk blatende kudde: de Heer is mijn Herder, voorzien van een High-tech nylon rugzakje.

Vanuit historisch oogpunt bezien draait de Camino om de apostel Jacobus.
Deze discipel van Jezus heeft zijn aardse thuis mogen vinden in een fraai bewerkte zilveren doos, veilig opgeborgen in de catacomben onder de kathedraal van Santiago de Compostela.

De pelgrimage kent dus haar einde in het brengen van een eerbetoon aan dit relikwie.
Vandaag is het 25-7-2005 en volgens overlevering de verjaardag van de sterfdag van de genoemde apostel, maar ook een heilige dag; onder andere door de 3 zevens die in de bovengenoemde datum verborgen liggen. Het was dan ook mijn wens om deze bijzondere dag vol bezinning en meditatie door te brengen, hetgeen enige tijd in beslag heeft genomen:
Tijdens mijn wandeling zag ik een wolkenformatie zich voor mij openen, waardoor er ruimte werd geboden aan het weldadige lichtspel van de zon, die zich in het midden van dit schouwspel had geposteerd. Nadat de gebruikelijke sluiers waren opgelost, werd mijn aandacht in eerste instantie getrokken door de astrale wereld, bevolkt door legioen, die zich als een beklemmende deken op me wilde storten.
Dankzij een lichtmeditatie heb ik deze ervaring vol respect mogen afsluiten, waardoor mij een blik werd gegund in de verre hemelen.
De duisternis kon het licht niet weerstaan.

Er werd mij wederom van boven gevraagd mijn bijbeltje open te slaan:
blz. 525, de eerste brief van Paulus aan de Philippenzen, hoofdstuk 3, vers 18:
“want velen wandelen – ik heb het u dikwijls van hen gezegd, maar nu zeg ik het ook wenende – als vijanden van het kruis van Christus”

Het was me al eerder opgevallen dat de sfeer op de Camino zich wijzigde: veel ‘pelgrims’ zijn op het laatste moment ingestapt om zo nog een graantje mee te kunnen pikken op en van het pad. Zo werd ik massaal ingehaald door een Franse schoolklas, die met hun ritmisch zoemende mp-3 spelers en ergonomisch gevormde wandelstokken de Camino blijkbaar als één groot pretpark beschouwden. Op enige afstand gevolgd door een gesponsorde bezemwagen, voorzien van limonade, broodjes en ander gemak; zo vond een ieder wat van zijn of haar gading.
Misschien is het een goed idee om de Camino ook geschikt te maken voor rollatorgebruik.

O Cebreiro en Triascastelle

De weg naar O Cebreiro was zo’n 28 km lang en kende een afwisselend traject; een route vol stijgen en dalen, door een woeste natuur en verstedelijkte gebieden.
Hier en daar was het geraas van een snelweg op de achtergrond aanwezig. De laatste 7 km waren zwaar, daar het traject sterk steeg over onder meer een authentiek stuk van een geplaveid Romeins bospad, alvorens enkele rulle zandpaden me naar O cebreiro leidden.

Op één van deze paden werd mij, zoals het tijdens mijn pelgrimage geregeld voorkwam, gevraagd mijn hoofd te buigen over een geometrisch vraagstuk.
Deze werd getoond door een situatie uit mijn directe omgeving. Mede door de kwalitatieve benadering van de cijfers en getallen onderweg, werd mij zo in de voorkomende ervaringen een diepere betekenis getoond:
Bij het willekeurig opslaan van mijn bijbeltje viel mij de spiegeling op in blz. ‘525’, want hoe was dit getal geometrisch te duiden? Het heeft enige dagen geduurd voor ik een aanwijzing mocht vinden in een weggeworpen zeshoekige, Amerikaansachtige sandwich-blisterverpakking; het dekseltje stond open: de spiegeling van de meester in de dualiteit.

Het gehucht O Cebreiro ligt hoog in de bergen en is zorgvuldig weer in de juiste toeristische staat terug gebracht, voorzien van enkele souvenirshops en een weldadige horeca. Het uitzicht was enorm.

Tijdens de gehele pelgrimage wilde mijn geest meer dan mijn lichaam ogenschijnlijk aankon, maar gelukkig heb ik vele malen de lichte duwtjes in mijn rug mogen voelen om toch vooral maar door te gaan; ‘gedragen en gesteund door Spirit, met een heerlijk relativerende lach’.

De strijd heeft een paar weken geduurd, maar ik merk nu dat mijn lichamelijke conditie er beter op is geworden, als gevolg van de aan mij gestelde keuze tussen de mogelijke belangen van mijn lichaam en die van mijn geest.

“wie is de kapitein op je schip?”

Een kudde van ongeveer 60 runderen maakte ook gebruik van de Camino, zij het in tegengestelde richting. Zonder blikken of blozen gedroegen deze dames zich als heer en meester op dit pad; mij geheel negerend. Zo werd ook ik op mijn plaats gezet, doordat ze me met enige kracht de doornstruiken in dreven, daar er in de plaatselijke breedte enkel ruimte was voor 2 van deze overigens gemoedelijke dieren.
Door mijn stok tussen mijzelf en het oprukkende vee te plaatsen heb ik mij staande weten te houden in dit dierlijke geweld.
Zij heeft zich door haar buigzaamheid als een taai exemplaar bewezen.

De ochtend diende zich aan met een eerste klaterende regenbui. Daar ik voor de aanvang van de pelgrimage de keus had gemaakt deze tocht vol vertrouwen te volbrengen, was ik er niet geheel op voorbereid. Ergens in mijn rugzak moest een plastic regenjas liggen, de rugzak zal vermoedelijk wel een overtrek hebben en mijn hoed zorgt maar voor de rest. Met enige verwondering heb ik de overtrek over de rugzak heen getrokken; op de achterzijde was een groot uitroepteken bevestigd. Ik viel toch al zo op.

Aan weerszijden van het pad waren vele imposante witte vuurstenen opgesteld, soms wel in grootte reikende tot aan mijn navel. Het idee beviel me wel dat mijn pad geplaveid was met kristallen.

“transparantie: kristal, Krishna, Christus”
“als angst de tegenpool is van de liefde, dan worden we transparant door het loslaten van onze beperkingen”

Samos en Portomarín

28 juli 2005. Mijn weg kent voor vandaag een splitsing; een efficiënte route langs de weg, of een pad dat via een omweg loopt naar het klooster in Samos.

Ik heb er al geruime tijd naar uit gekeken om een bezoek aan dit klooster te brengen.
Na het betalen voor een kaartje bleek mij de toegang tot het klooster ontzegd; de zware eikenhouten deur was gesloten.
Voor een mogelijk contact diende een touwtje, dat door de muur naar buiten hing, kennelijk bedoelt als voorbode voor een door mij te luiden bel. Daar het klooster een stiltecentrum was, werden mijn activiteiten niet geheel op hun waarde geschat, getuige de emotionele uitspattingen van een toegesnelde monnik. Hij gaf mij te kennen dat de Spaanse tekst op het bord, naast de voordeur, vermeldde dat het niet de bedoeling was om van dit touwtje gebruik te maken, daar de rust in het klooster gestoord zou kunnen worden. Helaas ben ik de bovengenoemde taal niet machtig, zodat het mij niet duidelijk was dat ik beter even op mijn tijd had kunnen wachten.

Bij aankomst viel mij een bijzonder venster op, bovenaan de voorzijde van het klooster: rond, geheel symmetrisch en bestaande uit zichzelf herhalende segmenten, een stille getuige van de levensbloem.
Mijn verwondering was groot toen ik na meerdere malen de delen geteld te hebben, telkens uitkwam op 11, terwijl de symmetrie vraagt om een nummer dat deelbaar is door 2; ik voelde mijn grondvesten een weinig trillen.

Met enige verwarring heb ik aansluitend maar deelgenomen aan de rondleiding door het klooster, om na afloop te mogen ervaren dat de waarheid in een klein hoekje zit. Vertrouw op wat je innerlijk weet, dan hoef je niet meer te twijfelen.
De eerste telling na buitenkomst bleek al snel 12 op te leveren.

Een verkeerd genomen afslag bracht mij door weelderige bossen en Hobbitachtige dorpjes; de paden waren ditmaal geplaveid met wat runderen zoal loslaten.
De wegvergissing bleek populair onder pelgrims; velen met mij liepen hetzelfde pad.
Geveld door voetproblemen ben ik enigszins vertwijfeld in de berm van de weg gaan zitten, op zo’n 3 km afstand van mijn slaapplaats voor die dag. Het was me niet meer duidelijk wat de voorkant van de weg was en hoe ik deze weer achter mij kon laten.
Na de realiteit weer wat welkom te hebben geheten, zag ik in dat ik recht tegenover een grote witte kristalsteen ben gaan zitten, rondom rijkelijk begroeid met wilde salie; een krachtig natuurlijk geneesmiddel tegen infecties en andere ongemakken.
Wederom dank voor deze grote voorzienigheid. Na mijzelf te hebben laten leeglopen, ben ik weer op pad gegaan.

“Overal is er landschap”

Verschillende culturen hebben zo een eigen invulling van de religie met hun uitdrukking hiervan in de leefomgeving. Op een terrasje aan de voet van een kerk in Portomarín klonk het geluid van vermeende kerkklokken, als poging tot een schamele imitatie van de ‘Big Ben’ te Londen. De toren van het gebouw is door historische redenen geheel verdwenen, waardoor men gemeend heeft het tot kerkbezoek uitnodigende gebeier van de klokken te kunnen vervangen door een geluidsinstallatie met ruime luidsprekerboxen. Deze uit steen opgetrokken ‘schoenendoos’ is zo een karikatuur van zichzelf geworden, daar het elektrisch vermogen van deze techniek te laag was voor de gewenste geluidssterkte; een ernstige misvorming daalde neer op het plein. Als oproep tot een gebed is een speeldoos niet toereikend.

In het restaurant bleek mijn kip de neiging te vertonen om van mijn bord weg te lopen, voornamelijk doordat ik mijn vork er niet in kon krijgen.
Ik geloof wel dat hij overwegend dood was.

Palas de Rei en Pedrouzo-Arca

Het was een mooie wandeldag met veel warm contact met Spirit. De omgeving verplaatste zich door een weelderige natuur, aangevuld met aanlokkelijke dorpjes.

Mede door het wandelen in mijn hoofd, was er een rust in het pelgrimeren ontstaan; zo kwam ik langs een kerkhof en trof daar een vrouwelijke entiteit aan, die nog niet geheel overgegaan was. Ik heb haar het licht mogen laten zien, alwaar aangeboden hulp voor haar aanwezig bleek te zijn; de welgemeende dank was groot.

lees meer ...

Mijn route liep langs een lange blinde muur waarachter een begraafplaats verborgen lag. De graven waren voorzien van kleine romantische bouwwerkjes die met hun rijkelijk versierde elementen hoog boven deze afscherming uittorenden. Hier weer boven werd ik haar gewaar: de geest van een waarschijnlijk recent overleden vrouw van middelbare leeftijd; ze had nog geen afstand kunnen nemen van het aardse bestaan en voor mij voelde het alsof ze de grote overstap naar haar Thuis nog niet kon maken.
We kregen contact en ik heb haar naar de beweegredenen gevraagd waarom ze hier nog aanwezig was. Ze liet me weten zich niet waardig genoeg te voelen om de hemelen nu al te betreden; de overtuiging nog niet klaar te zijn met het afgelopen leven en gekweld te worden door een bijtend gevoel het niet goed genoeg gedaan te hebben. 
Ik heb geprobeerd haar ervan te overtuigen dat het enige wat ons van boven gevraagd wordt is, om het aardse verleden los te laten, en nieuwe wat zich aandient vol vertrouwen te verwelkomen. 
De vaak veelvuldige – en onnodige – zelfkritiek, met het daarmee gepaard gaande oordeel, brengen grote beperkingen voor ons met zich mee. 
Als het leven bedoeld is om ervaringen op te doen, dan staat een opgeroepen oordeel over onszelf onze innerlijke groei mogelijk in de weg. We mogen best ‘fouten’ maken; volmaaktheid wordt nooit van ons wordt verlangt. 
Het bewandelen van het pad hier naar toe is, zeker met de juiste intentie, al goed genoeg, wetende dat iedere mening slechts voortkomt uit een eigen polariteit, en dat zijn tegendeel een even groot bestaansrecht heeft als hijzelf. 
Na deze zo belangrijke stap te hebben gezet, was ze in staat om het aangeboden licht te omarmen. Ze werd hartelijk aan gene zijde verwelkomd door voor haar enkele bekenden die al overgegaan waren, en haar de weg terug naar thuis weer mochten voorgaan. 
Ze stegen hand in hand op in een koker van licht. 
Even later kwam ze nog even terug om me in de geest te bedanken. 
Daar dit soort praktijken bij mij niet dagelijks voorkomen vond ik het na afloop zelf moeilijk te geloven of dit alles werkelijk had plaats gevonden, of dat het een voortbrengsel was van mijn op hol geslagen fantasie. Door twijfel overmand heb ik Spirit om opheldering gevraagd en zijn antwoord was een duidelijk “ja”. 
Precies op dat moment brak de zon door in een klein stukje onbewolkte hemel en begon er ergens in de omgeving een haan te kraaien: “wordt wakker joh”, met de aanwezigheid van Spirit op de achtergrond. 
Dank voor deze ervaring.

Na een lange dag wandelen vond ik mijn intrek in een refugio in Palas del Rei en al tijdens de aankomst in het dorp bleek dat men hier last had van een Rockfestival.

In het centrum van de stad stonden vele motoren opgesteld en rekwisieten werden getoond op het middenterrein. Het kostte enige moeite om een slaapplaats en een maaltijd te vinden, daar de onderlinge belangen tussen mijn pelgrimage en die van de plaatselijke horeca elkaar kruisten. Het was die dag door de vele bezoekers te druk, waardoor de restaurants niet in staat waren om enig voedsel aan ons te verstrekken.

“toeval is onmacht van de ratio”

“de ratio is een mogelijk stuk gereedschap van het hart, om zich in de materie te kunnen manifesteren”

Tijdens één van mijn innerlijke reizen heb ik samen met Hansje gewandeld, mijn uitnodiging om samen op reis te gaan werd enthousiast door hem ontvangen. Nadat we beiden onze eerste ervaringen, nog voor het bereiken van de 7 hemelen, weer snel achter ons hadden gelaten, heb ik hem ons ware Thuis mogen laten zien. Samen hebben we een rondgang gemaakt over- en door de idyllisch mooie sferen, met haar vele warme en liefdevolle persoonlijke ontmoetingen. We voelden ons bevrijd door deze bijzondere en helende ervaring, waar we overigens ook beiden innerlijk rijker van zijn geworden; een belangrijke relativering van onze meestal nietige, maar ook vaak opgeblazen aardse problemen.

“fantasie is een andere mogelijke werkelijkheid”

“als onze werkelijkheid stabiel en onveranderlijk schijnt, hebben we een duplicaat gecreëerd van wat al geweest is”

Het thema ‘overvloed’ heeft mij meerdere malen onderweg geïnspireerd. Wetende dat zij ons ware erfdeel is, maar ook dat ze in de dagelijkse voortgang soms moeite heeft om zich bij ons te kunnen manifesteren, heeft mij doen afvragen waar deze beperking eigenlijk vandaan komt. De ervaring leerde mij dat de vermeende tekorten slechts voortkwamen uit de angst voor een later mogelijk kunnen ontbreken van deze geldelijke hulpmiddelen en dat het gevoel van overvloed, in deze proeve van bekwaamheid, alleen gebaseerd kan zijn op een grondig vertrouwen in het al wat is.

“wet van Merlijn:
creëer een vacuüm,
en de kosmos zal deze op een zo volledig mogelijke wijze invullen”

“geld:
wij zijn slechts een doorgeefluik,
om overvloed in vertrouwen te laten circuleren”

De refugio was uit historisch besef opgetrokken aan de oever van een beekje en vanuit de ruime binnenplaats was zo een fraai uitzicht mogelijk. Enkele gasten van de herberg deden een poging om het stof van die dag van zich af te spoelen door tot op het middel in het koele water te waden, samen met een handjevol koeien die de oversteek gebruikten om op hun beurt weer thuis te komen; het was een vrolijke beestenboel.

Daar het al laat was geworden deze dag en mijn lichaam aangaf wel wat rust te kunnen gebruiken, had ik onderweg mijn zinnen gezet op deze overnachtingplaats.

Helaas bleek dit gastenverblijf populair onder de wandelaars te zijn, zodat het tot op het laatste bed bezet was. Gelukkig werd mij toch de toegang tot deze herberg gegund, zodat ik een bescheiden matrasje in een hoekje van de slaapzaal mocht uitrollen, waardoor ik mijn nodige nachtrust weer met enig vertrouwen tegemoet kon zien.

Na het loslaten van mijn voorkeur voor de luxe van een stapelbed bood de gastheer mij een riant onderkomen aan in een kleine verlaten ziekenzaal op het terrein, waarvan ik overigens inhoudelijk geen gebruik van hoefde te maken; dank.

“morgen naar Santiago de Compostela,
even kijken of mijn tandenborstel nog werkt”

Santiago de Compostela

Ieder eind kent vele laatste lootjes. Het is een vreemd gevoel te weten dat ik vandaag mijn einddoel ga bereiken; het is de laatste wandeldag. Er is mij verteld dat pelgrims de aankomst in Santiago als een grote verandering in hun beleving ervaren, daar men de opgedane weldadige rust vaak ziet opgaan in een soort opkomende mist, mede veroorzaakt door de oprukkende drukte en de wereldsheid van deze grote stad.

Zo heb ik zelf mogen ervaren dat de soms sterke innerlijke beleving die ik tijdens mijn tocht heb ondergaan, op haar eindbestemming plaats maakte voor een stroming meer naar buiten toe; het normale aardse bestaan nam weer haar beslag.

De aanloop naar Santiago de Compostela loopt over enkele heuvelen, waardoor zij door het riante uitzicht al van verre zichtbaar is en mij zo het gevoel geeft majestueus aan mijn voeten te liggen; het is bijna volbracht.

Tijdens een welkome rust op de top van de laatste heuvel heb ik Spirit uitgenodigd om met mij de kathedraal te bezoeken en gezamenlijk de pelgrimage af te sluiten. Als antwoord op deze vraag werd mijn aandacht getrokken door een klein spierwit engelenveertje, dat al op de grond, voor mijn voeten op me lag te wachten.
Deze heb ik losjes in een knoopsgat gestoken; zij is gedurende de afsluitende ceremonie in de kathedraal en mijn verdere verblijf in deze stad niet meer van mijn zijde geweken.

Santiago is een aantrekkelijke stad met een kloppend en goed bewaard gebleven historisch hart. Het authentieke centrum kent vele kleine straatjes en doorgangen, die de meerdere pleinen als ontmoetingsplaatsen met elkaar verbinden.
Het was een verademing om op diverse straathoeken weer livemuziek door geoefende muzikanten te horen uitvoeren, daar ik deze gedurende de gehele tocht heb gemist.
In sommige herbergen en kloosters was het een gebruik om in alle vroegte gewekt te worden door gedragen Gregoriaans gezangen; de nieuwe dag kon zo weer aanbreken.

De cultuurshock was des te duidelijker waarneembaar, daar men besloten heeft om in die week in het centrum van Santiago een clowns- en jongleurfestival te organiseren: op vele straathoeken werd een loopje met het leven genomen, zodat ik uiteindelijk na enige omwegen te hebben verkend, me uiteindelijk toch weer thuis kon voelen komen. Het was heerlijk, om bij het bereiken van mijn eindbestemming weer enkele oude bekenden te mogen treffen en mijn naam vanaf de vele terrasjes te horen roepen; het bier smaakte goed.

“hoe later op de avond,
hoe meer de heupen wiegen,
dobberend op de golven van de wellust;
een enkel slagschip komt voorbij”

Het ware einddoel van de Camino trekt ieder jaar weer vele geïnteresseerden naar de kathedraal van Santiago de Compostela. Het kerkbestuur heeft dus gemeend er goed aan te doen om de bezoekersstromen te reguleren door het gebruik van verkeerslichten in het religieuze gebouw, terzijde gestaan door een handjevol politieagenten.

Enige dranghekken moesten er zorg voor dragen dat de religieuze gevoelens van de vele aanwezigen binnen de van te voren door het kerkbestuur vastgestelde perken bleven.

Eén van de beroemdste attracties die ieder jaar weer vele toeristen trekt, is het laten zwaaien van een reusachtig koperen wierookvat in het middenschip van de kathedraal; naast de religieuze invloed die het geurmiddel op de mensen uitoefent, heeft zij in het verleden ook de functie gehad van het verdrijven van de rijkelijk meegenomen riante lichaamsgeuren, meegedragen door de zowel aangekomen en vermoeide pelgrimgangers. Helaas is dit gebruik nagenoeg verdwenen, maar men heeft de mogelijkheid opengelaten om na betaling van een redelijke vergoeding een speciale dienst bij te wonen; zodat niemand iets hoeft te missen.

Tot slot mochten we als eerbetoon aan de apostel Jacobus nog even samen de kelder in.

Jacobus: ‘hij die een vriend is van de aarde is een vijand van de hemel’.

“als we in staat zijn om los te laten,
bieden we ruimte aan onszelf voor een mogelijke verlichting”

Er restte mij nog slechts een enkele formaliteit, alvorens ik op waardige wijze mijn pelgrimsstatus aan de wilgen mocht hangen: in een oud, maar ruim opgezet kantoorpand werd de deelnemers van de tocht, die aan minimale voorwaarden van de katholieke kerk voldeden, een fraai document voor de getoonde prestatie overhandigd. Als bewijs hiervoor diende de ‘credential del peregrino’ de stempelkaart die de afgelegde route weergeeft en zo voor een evenwichtig oordeel zorg kon dragen.
De pelgrimsoorkonde is van oudsher rechtvaardig in het Latijn opgesteld, zodat deze boodschap gelijkelijk voor allen onleesbaar is.

“als de wereld een kijkdoos is,
dan wil ik graag het lijmrandje van de schoenendoos zijn”.  

In deze stad ontmoette ik op het bordes van mijn laatste refugio een Fransman, die zich had verdiept in de oude spirituele achtergronden van de Camino Francés.
Een goed gesprek ontvouwde zich over de leilijnen en de energieën van de ‘antik-route’ het historische pad dat hoog over de heuvelen van Santiago de Compostela loopt, vergelijkbaar met de aan de westkust van een elders gelegen Keltische Camino.
Door dit pad te volgen, doorlopen we vrijwillig de oplopende energetische niveaus van de energiepunten onderweg, analoog aan de verlossing van ons innerlijk zijn.’

Ik heb de indruk dat ik innerlijk door de ervaring van het wandelen blijvend veranderd ben en door een vernieuwde meer relativerende waarneming, gemakkelijker met mijzelf en mijnomgeving om kan gaan:

“respect is het kunnen laten zijn van iets of iemand”.

Alhoewel de pelgrimage eindigt in Santiago, verkiezen vele pelgrims de tocht voor te zetten naar Finisterre, een vissersdorpje, gelegen aan het ‘eind van de wereld’.

Daar er ook bussen lopen, heb ik als zo velen die mij voorgingen hiervoor gekozen, zodat ik in de vroege namiddag de westkust van Spanje mocht bereiken.
Mijn intrek voor die nacht heb ik mogen vinden bij een oude dame, die aan mij een klein kamertje met Engels bloemmahoniehouten linnenkast verhuurde met uitzicht op de zee.

Het licht van de zon nam afscheid van de wereld, door met ruimhartige kleurenpracht ten onder te gaan achter het einder van het overigens nagenoeg gladde wateroppervlak.

“we hoeven er alleen maar in te geloven.”

PS “humor is de taal van de meester”

naar deel 2 – naar deel 1