In de pers

Rebab raakt gevoelige snaar bij Hans de LouterOpen Monumentendagen 2015Blij met zevende snaarKlank halen uit houtApeldoornse viool steekt de oceaan overEen rijk leven met snaarinstrumenten – Hans de Louter levert zijn meesterwerk af


Rebab raakt gevoelige snaar bij Hans de Louter

restaurateur en luthier Hans de Louter toont in zijn werkplaats de rebab, een bijzonder tweesnarig instrument; foto Cees Baars

restaurateur en luthier Hans de Louter toont in zijn werkplaats de rebab, een bijzonder tweesnarig instrument; foto Cees Baars

 

De Stentor, oktober 2015 door David Levie

Apeldoorn – Menig exotisch snaarinstrument heeft hij gerestaureerd. Van een Turkse saz tot een tar uit Azerbedzjan.

Maar een rebab uit het voormalige Nederlands Indië is nieuw voor Hans de Louter.
De luthier van de Arnhemseweg heeft het tweesnarige instrument dat deel uitmaakt van een gamelanorkest uit elkaar gehaald om tot de ziel van rebab door te kunnen dringen. Nu de klus bijna is geklaard durft hij ermee naar buiten te komen.

lees meer ...

Restaureren doet De Louter nauwelijks meer. Hij bouwt liever gitaren, violen, mandolines, bouzouki’s en banjo’s.
Maar er zijn instrumenten die bij hem een gevoelige snaar weten te raken. En de rebab is daar een van. Straks als de rebab er weer uitziet zoals hij pakweg honderd jaar geleden deed en zijn zachte geluid produceert gaat hij naar zijn bestemming. Voorzien van een nieuw kalfsvel en compleet met een strijkstok waarvoor hij het haar van een Mongoolse hengst heeft gebruikt. Haar van de staart van een manlijk dier dat vooruit plast en niet zoals een merrie naar achteren. De staart van de hengst wordt daardoor niet met urine doordrenkt en blijft mooi blond.

De Louter schudt de wetenswaardigheden uit zijn mouw. Zo is de rebab met stof bekleed. En die stof was nagenoeg versleten. De Beekbergse Wolhal aan de Wormensenweg in zijn woonplaats bracht uitkomst. Aanvankelijk ging het mis toen hij vlieseline, een tussenvoering, gebruikte. Maar de van lijm voorziene variant zorgde wel voor een goed resultaat. De stof ziet er uit als nieuw.

Nieuw zijn ook de snaren. Bepaald geen sinecure. Want met gewone snaren hoefje niet aan te komen, laat staan met visdraad. Via internet en de vakliteratuur is De Louter te weten gekomen dat hij voor de rebab snaren van messing nodig had. Probeer daar maar eens aan te komen. Uiteindelijk kwam hij bij een klavecimbelbouwer terecht die hem het gewenste materiaal kon leveren.

Ook de hals van de rebab is hersteld. Met de slempennen vormt de hals een kruis, kenmerkend voor de rebab.

Paarlemoer

Tussen de bedrijven door bouwt De Louter aan een nieuw snaarinstrument waarvoor hij paarlemoer heeft gebruikt. De man die zich beweegt in het schemergebied van ambacht en toepaste kunst heeft het druk. Heel druk.

Een kleine wachtlijst is daardoor het gevolg. Maar geduld is in zijn ogen een schone zaak, zeker als het om iets bijzonders gaat. De rebab rekent hij tot die categorie.

Ik doe graag iets binnen mijn vakgebied waarmee ik nog niet eerder in aanraking ben gekomen. Dat houdt dit mooie werk spannend.

Over de kosten is hij snel uitgepraat.

De rebab had ik al een tijdje. Gekocht van een meneer Eshuis die een collectie violen had. Daar bleek bij nader inzien ook een rebab tussen te zitten. Aangezien ik iemand heb gevonden die voor mij een nieuwe website maakt ben ik een ruil aangegaan.

Van instrumentenbouwer naar websitebouwer dus. Maar de antieke rebab is De Louter straks voorgoed kwijt.

Ik heb meer bijzondere instrumenten. Te veel eigenlijk om ze allemaal goed op te slaan. Vandaar.


omd-logo

Open Monumentendagen 2015

Het atelier ‘Hans de Louter, luthier’ is een begrip in Apeldoorn en ver daarbuiten

Opvallend is de overeenkomst tussen zijn achternaam dat onder andere ‘de luit’ betekent’ en zijn beroep, luthier. Luthier komt oorspronkelijk uit het Frans en het betekende in de tijd van de gilden ‘Luitenbouwer’. Door het afleggen van een proeve van bekwaamheid waarbij een luit gebouwd moest worden, kon men daarna verder gaan met vioolbouw.

lees meer ...

De winkel en het atelier bestaan ongeveer dertig jaar en Hans ontwikkelt en vervaardigt akoestische snaarinstrumenten in opdracht van muzikanten. Voorbeelden hiervan zijn folk- en jazzgitaren, mandolines en mandola’s en Ierse bouzouki’s.
Zijn bijzondere aandacht gaat uit naar het bouwen van violen en altviolen. De grootste uitdaging bij het bouwen van een instrument is om aan de verwachtingen van de toekomstige eigenaar te voldoen.

Opvallend is dat in dit digitale tijdperk violen nog steeds op dezelfde manier en uit dezelfde grondstoffen vervaardigd worden als in de tijd van Stradivarius. Uiteraard zijn er wel een aantal aanpassingen maar de manier van werken is nog exact hetzelfde: het ontwerpen via de Gulden Snede waarbij ook de houtverbindingen en gereedschappen nog met elkaar overeenkomen. Door deze manier van werken komt iedere keer een bijzonder instrument tot stand.

Hans de Louter:

Men heeft mij gevraagd om in het kader van ‘Kunst en Ambacht’ op 12 en 13 september 2015 mee te doen aan de Open Monumenten Dagen. Daarmee heb ik graag ingestemd.
Voor het eerst in 30 jaar is mijn atelier opengesteld voor een groot publiek, zodat men hier eens zonder afspraak naar binnen kon lopen en kon zien wat er nu achter die winkel allemaal gebeurt.

De dagen waren een groot succes: het bezoekersaantal van 244 overtrof alle verwachtingen en het was daarmee behoorlijk druk in en rond het atelier!


Blij met zevende snaar

de zevensnarige gitaar voor Lex Kemper is gemaakt door Hans de Louter

de zevensnarige gitaar voor Lex Kemper is gemaakt door Hans de Louter

Hans de Louter is weer helemaal terug aan het muziekfront

De Stentor, 1 mei 2014 door David Levie

Apeldoorn – Gitarist Lex Kemper wilde een gitaar met een extra bassnaar. Hans de Louter kon er eentje voor zijn stadgenoot maken.

De luitier van de Arnhemseweg heeft in opdracht van zijn stadgenoot Lex Kemper een zevensnarige gitaar gebouwd. De extra bassnaar geeft de gitaar Zuid-Amerikaanse mogelijkheden.

lees meer ...

Of er in Nederland eerder een dergelijke gitaar is gebouwd? De Louter moet het antwoord schuldig blijven.

Geen idee. Het woord uniek durf ik dan ook niet in de mond te nemen, maar heel bijzonder is het wel.

Beroepsmuzikant Lex Kemper kwam via You Tube op het idee.
“Ik kwam daar een filmpje tegen met een Zuid-Amerikaanse gitarist, die in een trio speelde. Een gitaar met zeven snaren maakt het mogelijk om als het ware dieper te gaan Want die ene extra is een bassnaar. Ik ken dat van elektrische gitaren, maar op een akoestische gitaar kom je dat normaal niet tegen. Na wat zoeken ben ik uiteindelijk bij Hans de Louter terecht gekomen. Die wilde het wel proberen. Voor hem een gok, maar ook voor mij. Stel je voor dat je een gitaar hebt die tegenvalt. Nou, dat is dus niet het geval. Ik moet ‘m nog goed inspelen, want met een gitaar is het net zo als met een auto die je inrijdt. De gitaar moet nog wat groeien.”

In figuurlijke zin wel te verstaan, want zo op het oog verschilt de gitaar niet van een zessnarig instrument. Aanvankelijk dacht De Louter aan een groter bovenblad, maar daar zag hij van af om een onregelmatige klank te voorkomen. De snaren bevinden zich nu wat dichter bij elkaar. Voor ingewijden: de kop van de gitaar is wel anders: asymmetrisch.

“Dat pas goed bij mijn kop”, grapt de muzikant. Lex Kemper zegt inmiddels niet meer op zijn nieuwe aanwinst te verdwalen. Maar spelen ‘op de automatische piloot’ is er (nog) niet bij. “Je moet wennen. Mijn hersens moeten zich aanpassen en dat heeft tijd nodig. Hoelang? Een jaar zeggen kenners, maar ik heb geen idee. De praktijk zal het leren.

Die praktijk doet Kemper op in restaurant de Bon Vivant aan de Loolaan, waar hij regelmatig voor achtergrondmuziek zorgt. Die kreeg de primeur in Apeldoorn. Hoeveel van de gasten het opmerken dat het om een bijzonder instrument gaat laat zich raden: niemand. Een enkeling zal de handtekening van de bouwer zien: paarlemoer. De rozet licht op zodra er een schijnwerper op gericht is.

De Louter is overigens al weer aan een nieuwe uitdaging begonnen: een zogeheten baritongitaar, die vaak door vertolkers van folk wordt gebruikt. Een snaarinstrument dat groter is dan een ‘gewone’ gitaar.
Maar niet zo ingewikkeld als de gitaar van Lex Kemper. De Louter moest daarvoor de boeken opslaan en kwam bij oude Spaanse gitaarbouwers terecht. Met het eindresultaat is hij dik tevreden. Nog wat extra details: hij gebruikte voor de zevensnaar diverse soorten hout: mahonie uit Honduras en Indisch palissander. Europa laat zich door de Alpen vertegenwoordigen met fichte.

Van de noordzijde van de berg. Daar krijgen de bomen minder zon en groeien daardoor langzamer. Daardoor zijn de groeven minder diep. En die fijne jaarringen hebben een positieve invloed op de klank van de gitaar.

Bekijk en luister: Hans de Louter ontwerpt een zevensnarige gitaar (2014)


Klank halen uit hout

Instrumentenbouwer Hans de Louter

Terdege, 9 juni 2010 door Evert van Dijkhuizen

Op zijn winkelruit staat luthier, uit te spreken op z’n Frans. Hans de Louter in Apeldoorn bouwt gitaren en violen. Om te verkopen, maar meestal kan hij moeilijk afstand doen van z’n geesteskinderen. “Ik ben nu bezig met een contrabas die je zowel staand als liggend kunt gebruiken. Dat wordt iets heel bijzonders.”

lees meer ...

De Arnhemseweg in Apeldoorn – een aaneenschakeling van winkels en woningen – is lang. Ergens halverwege, op nummer 139, staat een bijzonder pand. Aan de voorkant is het een winkel, aan de achterkant een woonhuis. Sinds veertien jaar het domein van instrumentenbouwer Hans de Louter.

Wat de voorbijganger vanaf de straat niet kan zien, is het atelier in de achtertuin. De kachel snort er behaaglijk op deze regenachtige middag. Boven de werkbank hangt een portret van Einstein. “We kijken elkaar elke dag recht in de ogen”, glimlacht De Louter “Hij inspireert mij. Einstein was, net als ik, steeds op zoek naar nieuwe dingen.” De artistieke luthier (letterlijk: luitbouwer) wijst naar een tekening. “Daar ligt mijn ontwerp voor de nieuwe contrabas. Ik heb er vijf weken aan getekend. Ik denk dat het zo moet kunnen. Zo’n instrument is nog niet eerder gemaakt. Over een maand of vier is-ie klaar. Ik verwacht dat er markt voor is, maar zeker weten doe ik het niet.”

In de woonkamer zet De Louter een cd’tje op, terwijl zijn enige huisgenoot, een flinke poes, om aandacht bedelt. Het grijze schijfje is net verschenen. Er staat muziek van de zigeunerband Zingari op. De Louter speelt contrabas. Verder zijn gitaar, viool, mandoline en accordeon te horen. “We bestaan ruim 10 jaar en spelen traditionele Hongaarse en Roemeense muziek, maar ook eigen composities. We kunnen geheelakoestisch optreden, maar ook, in grote ruimtes, met geluidsversterking.”

Terwijl de cd draait, vertelt De Louter zijn verhaal. Tja, hij noemt zich luthier, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij nog nooit een luit gebouwd heeft.
Verontschuldigend: “Heel vroeger was het zo dat je als ambachtsman eerst een luit gemaakt moest hebben voordat je een viool ging bouwen. De luit dateert van rond 1200, de viool komt in zwang vanaf 1550. De gitaar is van nog latere datum: rond 1900. Uiteindelijk is de viool bekender geworden dan de luit. Het bouwen van luiten, violen en gitaren heeft veel met elkaar gemeen. In alle gevallen is het de kunst, de uitdaging om klank uit hout te halen.”

Solist

De Louter begon zijn ambacht 25 jaar geleden bij zijn huis in de Apeldoornse nieuwbouwwijk De Maten. Veertien jaar geleden streek hij aan de Arnhemseweg neer. Hij wijst om zich heen: “Een fantastische plek voor mij. Winkel, huis en atelier bij elkaar. ’t Is allemaal niet groot, maar ik heb niet veel ruimte nodig om te werken.”

Ooit volgde De Louter de opleiding voor pianostemmer en -reparateur. “Ik heb dat werk zes jaar gedaan, maar het gaf mij te weinig voldoening. Daarom ben ik met gitaarbouw begonnen. Vervolgens kwam de vioolbouw erbij. Ik heb mezelf ontwikkeld, maar ook veel van collega’s geleerd. Dat is het voordeel als je lid bent van de Nederlandse Vereniging Muziekinstrumenten Makers, de NVMM. We ontmoeten elkaar geregeld. Toch is de instrumentenbouw een vakgebied van Einzelgänger. Dat ben ik ook: een solist. Ik vind het heerlijk dagenlang in m’n eentje met m’n werk bezig te zijn. Hoewel, ik moet eerlijk zeggen dat de zigeunerband waar ik in speel ook wel is bedoeld als sociaal vangnet. En elke middag tussen vier en zes is de winkel open. Soms komen er vier klanten achter elkaar, soms komt er niemand. Maar die contacten zijn toch wel prettig.”

Lyra-mandoline

De handel in instrumenten is voor De Louter nodig om te bestaan, maar zijn hart ligt bij het bouwen ervan. “Ik probeer mij te onderscheiden door met nieuwe ontwerpen te komen.” Hij loopt naar de winkel en komt met enkele geesteskinderen terug. „Kijk, hier heb ik een ukiool. Dat is een ukelele, een luitachtig snaarinstrument, in de vorm van een oude viool. Je kunt er zonder strijkstok op spelen, met een plectrum. Net als bij een gitaar. Door het gewelfde boven- en onderblad heeft het instrument een goed projectievermogen. En dit is een banjogitaar, een experiment. Het belangrijkste klankvormende element bestaat uit een natuurlijk banjovel, gemonteerd op een massief Fichten-houten bovenblad. Het volume is hierdoor fors en warm van kleur.” De Louter tilt het volgende instrument op. “Dit is een klompviool. Vroeger werden er uit geldgebrek violen gebouwd met een versleten klomp als basis.” Met gevoel voor understatement: “Omdat de klankstructuur van een klomp natuurlijk te wensen overlaat, klinkt deze viool net zo origineel als ze eruitziet. Ik heb het instrument in 2005 gebouwd om een Hollandse traditie in ere te houden.” Apetrots is de Apeldoornse luthier op zijn lyra-mandoline. “Ik heb mijn model ontworpen op het beeld van twee copulerende zwanen. Het vindt zijn oorsprong in een instrument dat werd gebouwd door Orville Gibson, de grondlegger van de bekende Amerikaanse Gibsonfabriek aan het einde van de 19e eeuw. De vorm van de lyra, ook wel lier genoemd, gaat terug naar de klassieke Griekse oudheid en was van oorsprong een kleine harp. Door een mandoline-hals en mensuur toe te voegen, ontstond dit bijzondere model. Er zijn invloeden terug te vinden uit de Renaissance en de Jugendstill- periode. Van dit instrument zijn, voor zover bekend, maar vier exemplaren op de hele wereld.” De Louter ziet zijn lyra-mandoline als een proeve van bekwaamheid om tegenover collega’s te bewijzen dat hij een volleerd vakman is. “Ik heb er twee jaar over gedaan en gebruik gemaakt van de voor mij heilige geometrie, de gulden snede en de numerologie vanuit de kabbalah, de esoterische Joodse leer. Alles wat ik aan kennis in de afgelopen jaren heb opgedaan, heb ik in dit instrument gestopt. Je mag het gerust mijn meesterwerk noemen. Ik zal het niet snel verkopen, tenzij er een koper komt die er heel veel voor biedt.”

Geduld en discipline

Zijn klantenkring bestrijkt inmiddels heel Nederland. “In Apeldoorn zelf heb ik er maar een paar. De meeste belangstelling krijg ik van professionele muzikanten die een kwalitatief hoogwaardig instrument zoeken.

Ook leerlingen van muziekscholen en conservatoria komen hier om een instrument aan te schaffen, maar dan hebben we het over de gewone modellen. Daarom heb ik altijd een aantal violen op voorraad, die ik overigens niet zelf heb gemaakt. Verder verkoop ik accessoires zoals strijkstokken, kammen, snaren, schoudersteunen en muziekstandaards.”

De Louter doet ook reparaties en restauraties. Het verschil is voor hem helder: “Bij een reparatie maak ik het instrument weer gebruiksklaar, bij een restauratie probeer ik het zo stijlvol mogelijk terug te brengen in de originele staat.” Ook de Apeldoorner merkt de gevolgen van de economische crisis. “Klanten stellen de aanschaf van een nieuw instrument uit. Voorheen had ik een wachtlijst van drie jaar als iemand een viool door mij wilde laten bouwen. Dat is niet meer zo.”

Op de vraag welke eigenschappen een instrumentenbouwer moet bezitten, antwoordt De Louter zonder aarzelen: “Geduld en discipline. Ik werk weken, soms zelfs een paar maanden aan één instrument. Dat valt niet altijd mee, dat zeg ik eerlijk. Tegelijk geniet ik ervan. Ik begin ’s ochtends om een uur of tien, op m’n gemak. Als ik ’s avonds wil doorwerken, kan dat, maar het hoeft niet. In de werkplaats heb ik altijd Radio Gelderland aanstaan. Arbeidsvitaminen.”

Troetelkinderen

Wie rijk wil worden, kan beter een andere baan zoeken, vindt De Louter. “De voldoening zit voor mij in het werk, niet in het geld. Als ik terugkijk, heb ik altijd precies genoeg werk gehad om te kunnen leven. Uiteindelijk is dit voor mij een prachtige methode om te bestaan.
Een kantoorbaan? Dat zou ik echt niet kunnen. Ik hou ervan om helemaal vrij te zijn.” Omdat hij zó lang met één instrument bezig is, krijgt De Louter ‘een hechte band’ met zijn producten. “Dat wordt nog erger als ik erop ga spelen. Ik beschouw ze als mijn troetelkinderen. Het kost me vaak moeite ze van de hand te doen. Ooit heb ik een bijzondere gitaar verkocht, waar ik direct spijt van kreeg. Ik heb hetzelfde model toen nog een keer gemaakt.”

De Louter loopt naar de winkel om z’n instrumenten terug te zetten. Hij wijst naar de diverse meubeltjes in de etalage waar accessoires liggen uitgestald: “Allemaal zelf gemaakt. En zie je daar die contrabas? Ik had ’m in de auto liggen en werd van achteren aangereden. Instrument helemaal in de kreukels. Gelukkig kon ik ’m weer oplappen.”


Apeldoornse viool steekt de oceaan over

Hans de Louter aan het werk in zijn sfeervolle werkplaats aan de Arnhemseweg in Apeldoorn. foto Cees Baars

Hans de Louter aan het werk in zijn sfeervolle werkplaats aan de Arnhemseweg in Apeldoorn. foto Cees Baars

Met dank aan Hans de Louter

De Stentor, 1 december 2009 door David Levie

Mooie tijden in Amerika voor Raphaëlle Siemers. De dertienjarige violiste bespeelt niet alleen een prachtig instrument van de Apeldoornse instrumentenbouwer Hans de Louter, ze mag zich sinds kort ook concertmeester noemen van het La Crosse Youth Symphony Orchestra in de staat Minnesota. De jongste aller tijden. Met dank aan Hans de Louter.

lees meer ...

Raphaëlle onderhoudt nauwe banden met Apeldoorn. Niet alleen woonde haar oma tot aan haar dood in de stad, ook haar oom vond er bij Philips zijn eerste baan. En ze leerde er in 2005 Hans de Louter kennen, die zo vriendelijk was om haar viool te stemmen. Raphaëlle wilde in de kerk graag wat spelen op de begrafenisplechtigheid van haar grootmoeder. Via via kwam de familie Siemers bij Hans de Louter aan de Arnhemseweg terecht. Het klikte meteen. De familie voelde zich aangetrokken door de sfeer in de werkplaats en de winkel. “We vonden zijn winkel warm en inspirerend”, zegt Judith Siemers, de moeder van Raphaëlle over de eerste ontmoeting.

Op het moment dat de talentvolle Raphaëlle toe was aan een nieuwe viool van professionele kwaliteit kreeg De Louter opnieuw bezoek van het gezin Siemers dat in de Verenigde Staten woont. Nieuwe exemplaren vielen wat uit de toon, maar de tonen die ze aan een bijzondere viool ontlokte, klonken haar als muziek in de oren. En niet alleen de aanwezigen, ook De Louter was onder indruk. “Ik verkoop mijn violen niet aan Jan en alleman. Een viool is toch een kindje van me. Zeker als het om een viool gaat die ik voor mezelf enige jaren geleden heb gebouwd. Toen ik Raphaëlle hoorde spelen had ik meteen in de gaten dat ze zowel talent heeft als dat ze les krijgt van een Russische docent. De streek, daar hoor je het aan. Die pik je er zo uit. Heel apart. Ik herkende in Raphaëlle de betere violiste. Vandaar dat ik haar heb aangeraden om het eens de viool te proberen die ik voor mezelf had gebouwd. Een goeie top denk ik.”

Ook anderen hoorden de combinatie Raphaëlle en een De Louter aan. Raphaëlle, die tijdens de afgelopen zomervakantie in Frankrijk les kreeg en daar een aantal violen bespeelde, was weg van de viool uit Apeldoorn. Geen Frans exemplaar kon er tegenop. Uiteindelijk werd besloten tot aankoop over te gaan. Eenmaal terug in Amerika deed Raphaëlle op de viool van Hans de Louter auditie voor het La Crosse Youth Orchestra. Dirigent Randall Mastin was snel overtuigd: daar stond zijn nieuwe concertmeester.

Raphaëlle leeft voor de muziek. Ze speelt in een strijkorkest en maakt deel uit van het orkest van haar high school. Over haar instrument heeft ze niets dan lof. “Deze viool heb ik uitgekozen vanwege zijn warme en volle, diepe klank. De lage tonen zijn mooi en kleurrijk, terwijl de hoge tonen zuiver van klank zijn en niet schreeuwen. Het evenwicht van klank over alle tonen is heel mooi en ik merk dat de viool zich heel goed ontwikkelt en nu al veel karakter heeft. Ik speel minstens drie uur per dag en ik verwacht dat de viool zich nog verder zal openen. Ik krijg heel veel positieve commentaren. En ik zeg dan altijd: de viool is net als ik. Nederlands.”

Raphaëlle schreef van 2002 tot 2010 regelmatig voor Wereldkids, een organisatie binnen de Radio Nederland Wereldomroep, waarin Nederlandstalige kinderen die in het buitenland wonen artikelen voor hun website kunnen schrijven.


Een rijk leven met snaarinstrumenten

een rijk leven met snaarinstrumenten Hans de Louter,  fotografie Peter Vroon

een rijk leven met snaarinstrumenten Hans de Louter, fotografie Peter Vroon

Hans de Louter

eigen ambacht, door Karel van Delft

Hans de Louter (53) is een ambachtsman, een topper in zijn vak. Hij is één van de slechts dertig leden van de gerenommeerde Nederlandse Vereniging Muziekinstrumenten-Makers (NVMM). Zijn klantenkring loopt uiteen van mensen die een eenvoudige fabrieksviool of cello voor hun kind huren tot liefhebbers die een handgemaakt kwaliteitsinstrument zoeken. Onder zijn klanten bevinden zich leden van de zigeunerband Tata Mirando en Stochelo Rosenberg. In het Gelders orkest speelt iemand met een altviool van De Louter.

Chris Simson van Magna Carta heeft een gitaar bij mij in onderhoud.

 

lees meer ...

Er zijn dagen dat Hans de Louter geen klant ontvangt in zijn muziekwinkel aan de Arnhemseweg 139. Soms zijn het er drie of vier. De winkeltijden zijn erop aangepast: van maandag tot en met vrijdag is hij van 16.00 tot 18.00 uur geopend.

“Soms komt er iemand een snaartje halen, maar regelmatig gaat het toch om een reparatie of om het huren of kopen van een viool of ander snaarinstrument.”

Soms komt er ook iemand een oude viool, die hij op zolder heeft gevonden, gratis laten taxeren. De Louter heeft een passie voor muziek.

“Vreemd eigenlijk”, zegt hij, “mijn hele familie is a-muzikaal, maar mijn betovergrootvader blijkt de eerste pianostemmer van Nederland te zijn geweest.”

Hans de Louter verkoopt en verhuurt snaarinstrumenten, maar hij bouwt ze ook zelf en repareert instrumenten in zijn werkplaats, die achter zijn winkel ligt. Daarnaast speelt hij al een aantal jaren contrabas in het zigeunermuziekorkest Zingari.
In zijn leven heeft hij naar schatting zo’n 60 violen en altviolen gebouwd en zo’n 60 andere snaarinstrumenten, waaronder een aantal gitaren, mandolines, cello’s en bouzoukis.

“Je hebt er vrij veel vakkennis voor nodig, maar de basistechnieken voor het bouwen komen overeen.” Hij spreekt over snaarlengtes, halzen, houtsoorten, krommingen, toetsen, wel of geen schoudersteun, nerfdichtheid en over oude Duitse boeken waar hij kennis uit opdiept. “Je raakt er niet op uitgestudeerd. Het is teveel voor een mensenleven. Het blijft fascinerend hoe je klanken uit materiaal kunt halen.”

Techniek en gevoel

Hans de Louter is opgegroeid in Apeldoorn en heeft er zijn hele leven gewoond. Hij zal een jaar of dertien zijn geweest toen hij zijn eerste muziekinstrument maakte. “Ik raakte geïnspireerd door een film in de bioscoop over Woodstock, waarin Ravi Shankar een sitar bespeelde.” Na de havo bezocht De Louter een opleiding tot pianostemmer en –reparateur in Amsterdam. Na een aantal jaren besloot hij zelf snaarinstrumenten te bouwen. Hij volgde cursussen, ging in de leer bij muziekinstrumentenmakers, las veel en experimenteerde.

“We denken soms wel dat we het tegenwoordig zo goed weten, maar eigenlijk is er sinds Stradivarius in de zestiende eeuw niet veel veranderd. Opmerkelijk is dat we pas in 1970 door wetenschappelijk onderzoek iets zijn gaan begrijpen van klankeigenschappen.
Terwijl de vioolbouwers in de zestiende eeuw al wisten hoe de gulden snede, dus bepaalde verhoudingen, de basis vormt voor muziekinstrumenten. De viool dateert van de zestiende eeuw, de barokviool van midden negentiende eeuw.
Toch is geen viool hetzelfde. Bij het bouwen van een snaarinstrument gaat het niet alleen om techniek, materiaalgebruik en kleine finesses in de afwerking. Er is ook zoiets ondefinieerbaars als gevoel.”

Hans de Louter mag graag experimenteren bij het maken van instrumenten. Hij toont een dansmeesterviool, een klein viooltje dat een kopie is van een soortgelijk exemplaar dat Stradivarius ooit heeft gemaakt. “Je kunt wel verhoudingen nabootsen, maar je hebt toch je vakmanschap nodig om zo’n instrument te kunnen maken.”
Ook heeft hij een Lyra-mandoline gemaakt. “Daar zijn er vier van in de wereld. Ik zou graag nog een keer een heel nieuw instrument willen maken. Maar het probleem is dat er dan tegelijk mensen moeten zijn die een muzieksoort ontwikkelen, die daar bij aansluit.”


Hans de Louter levert zijn meesterwerk af

Hans de Louter, foto Cees Baars

Hans de Louter, foto Cees Baars

De Stentor, 15 januari 2005 door David Levie

Hans de Louter heeft zijn meesterwerk voltooid. Drie jaar deed de Apeldoornse instrumentenmaker over zijn mandola, waarin hij zeven soorten hout en paarlemoer heeft verwerkt. De Louter verwacht dat zijn mega – mandoline opzien zal baren bij vakbroeders en hij houdt het niet voor onmogelijk dat zijn roem tot ver buiten de landsgrenzen zal gaan reiken. Nu de snaren zijn bevestigd, weet De Louter zeker dat zijn instrument niet zal klinken als een stofzuiger. ‘De vorm is namelijk ondergeschikt gemaakt aan de klank. Je weet van tevoren dan niet hoe het uitpakt.’

lees meer ...

De Amerikaanse gitaarbouwer Orvil Gibson heeft de Louter geïnspireerd. ‘Maar ik heb zijn model met de zwanenhalzen vervolmaakt. Alles wat ik aan kennis in de afgelopen jaren heb opgedaan, heb ik in dit instrument gestopt. Ik was toen ik er mee begon, van plan om er ruim een jaar aan te werken. In mijn vrije uurtjes wel te verstaan, want er moet ook gewoon brood op de plank komen. Maar het zijn uiteindelijk drie jaren geworden. En nu ik het af heb, ben ik er trots op. Soms denk ik: heb ik dit gemaakt? Je mag het gerust mijn meesterwerk noemen, al weet je natuurlijk niet wat je later nog eens zal maken. Stradivarius was in zijn gouden periode een jaar of zeventig. Ik ben pas 49.’

De Louter is (bestuurs)lid van de Nederlandse Vereniging van Muziekinstrumenten Makers, de NVMM. De leden worden geacht eens in de zoveel tijd een werkstuk af te leveren als proeve van bekwaamheid.

‘Ik denk dat ik met deze mandola de rest van mijn leven kan volstaan’, zegt De Louter. ‘Ik verwacht echt dat mijn collega’s stomverbaasd zullen zijn.’

‘Geschenk van de kosmos’ in mega-mandoline

Hout liet De Louter voor zijn mega-mandolina onder meer uit Bosnië overkomen. Daar groeit een houtsoort tegen de noordelijke hellingen, waardoor een zogeheten tijgerstreep ontstaat. Ook Duits Fichte, een sparrensoort, en mahonie heeft hij gebruikt.

De Louter spreekt van een instrument dat voldoet aan de wiskundige eisen van de gulden snede, waardoor de onderlinge verhoudingen ten opzichte van elkaar helemaal kloppen. De bouwer spreekt verder van heilige geometrie en de aan de Kabbala ontleende numerologie vanwege zeven houtsoorten en twaalf ornamenten, heilige getallen.

detail lyra-mandoline, foto Cees Baars

detail lyra-mandoline, foto Cees Baars

Mensengezicht

De mandola heeft bijvoorbeeld ‘verborgen’ details, waaronder de levensboom en de hoorn des overvloeds. Curieus is een stukje van de hals waar de tijgerstreep spontaan is verdwenen en een mensengezicht is te ontwaren. De Louter heeft het over een geschenk van de kosmos. ‘Een andere verklaring heb ik niet.’ Dat zijn mandola opzien zal baren, staat voor hem vast, want en passant heeft hij ook een methode ontdekt, waardoor aangebrachte lak aanzienlijk sneller droogt dan tot nu toe voor mogelijk is gehouden. ‘Waarschijnlijk heb ik herontdekt wat Italiaanse vioolbouwers al eeuwen geleden wisten. Wat de reacties zullen zijn, kan ik nu niet overzien. Ik heb altijd in betrekkelijke anonimiteit kunnen werken en dat mag van mij ook zo blijven. Maar het is mogelijk dat die rust nu wordt verstoord. Het zij zo.’

Orkestjes

Hans de Louter speelt puur voor zijn plezier in twee orkestjes. Zijn hart gaat uit naar Klezmer, oldtimeswing en zigeunermuziek. De Louter wil de mandola inzetten op speciale concerten. ‘Ik zal er overigens zelf niet op spelen. Ik speel uiteindelijk contrabas en geen mandoline.’