Bouzouki’s en banjo’s

Ierse bouzouki – banjo


Ierse bouzouki

Een instrument welke in de jaren 70 van de vorige eeuw is ontwikkeld voor met name de Ierse Folkmuziek.
Door de Griekse bouzouki met zijn speelaard en mensuur te combineren met een moderne variant van de aloude sister (cittern Eng.) ontstond dit veelzijdige instrument.

Hans de Louter:

Het bovenblad is gestoken uit een dik stuk hout waardoor de welving ontstaat. De roset is vervaardigd uit 2 verschillend gekleurde soorten paarlemoer en zorgt evenals het Keltische vogelmotief (2 adelaars) voor een opvallende verschijning.
Door de ruime ligging van de stemming ontstaat er een heldere en open klankstructuur.

Technische gegevens

mensuurlengte: 63,8 cm
stemming: GG-DD-aa-dd of AA-DD-aa-dd

Gebruikte houtsoorten

  • bovenblad: fichte
  • hals: mahonie, notenhout of gevlamd esdoorn
  • onderblad en krans: Indisch palissander of gevlamd esdoorn
  • toets: ebbenhout

Banjo

Hans de Louter:

Deze banjo heb ik gebouwd om de mensen te laten zien wat er mogelijk is bij de bouw van banjo’s.
De vele inleggen met paarlemoer en het verschillende houtsnijwerk zijn hier voorbeelden van. 
Een bijkomend voordeel was dat ik een goed instrument voor mijzelf heb gebouwd, daar er ruimschoots mogelijkheden zijn om de Ierse muziek mee te beoefenen.

De Ierse folkbanjo is een tenorbanjo met een andere stemming dan een ‘normale’ tenorbanjo:

  • c-g-a-e is de normale stemming die voor de (New Orleans) Jazz wordt gebruikt. De hoge e-snaar is karakteristiek voor de Jazz. 
    Deze banjo wordt voornamelijk als een akkoord instrument gebruikt.
  • c-g-d-a is een stemming die voor de Ierse Folk gebruikt wordt en deze stemming is een stuk lager.
    De Ierse banjo wordt gebruikt om met virtuositeit de melodieën te spelen en het klinkt een stuk plezieriger als de stemming niet te hoog is.

Een goede banjo moet een hoog gewicht hebben, daar de toonring (dit is het metalen gedeelte waar het vel op rust en klankbepalend is) van een bronzen legering is gemaakt; gelijk aan de klinkende kerkklokken met hun langdurige en heldere toon.

Technische gegevens:

  • de mensuur (de klinkende snaarlengte): 58 cm
  • de kop: ebben en paarlemoer
  • metaaldelen: messing met een nikkel/chroom overlay
  • toonring: bronzen-legering

Hans de Louter:

Een ‘Hans van der Bij’ banjo

Deze tenorbanjo komt van de Nederlandse bouwer Hans van der Bij  († circa 2004). Onze voorkeuren voor hout of metaal verschillen: Hans van der Bij was kundig op het gebied van de ‘metalen’, terwijl bij mij het houtwerk duidelijk zijn invoering heeft verkregen. 
Zo is dat trouwens bij onze banjo’s ook: de instrumenten van zijn hand hebben meestal een metalen klankkast, terwijl de mijne een houten ketel bezitten en het grappige is dat deze instrumenten ook een duidelijk verschil in klankkleur te horen geven. De ‘Hans van der Bij’ banjo’s vinden met name in de dixieland wereld aftrek en de ‘Hans de Louter’ banjo’s doen het goed in onder andere de Ierse muziek.